Het Lankheet

Van 2008 tot 2011 heeft er begrazing plaatsgevonden met schapen door middel van rasters. Het betrof hier een nat heidegebied en het 'rietgat', een nat biezengebied. Daarnaast een begrazing van een Jeneverbes perceel. Momenteel begrazen we weer enkele percelen in het Lankheet.

Het landgoed Lankheet ligt ten noorden van Eibergen en ten zuiden van Haaksbergen op de hoge zandgronden tussen de Buurserbeek en de Berkel. Ongeveer tweederde deel van het landgoed ligt in de provincie Overijssel; het andere deel ligt in de provincie Gelderland.

Het Lankheet is 450 hectare groot en is vernoemd naar het bos dat twee zeventiende eeuwse erven omsluit: Oud- en Nieuw Lankheet. Doordat de familie Lankheet lange tijd de boerderij bewoonde, kregen erf en bos in de volksmond deze familienaam mee.

Naast het Lankheetbos bepaalden oorspronkelijk nog twee andere bossen het aangezicht van de zandrug: het Assinkbos en het Honeschbos. Het landschap bestond in het verleden uit golvende heidevelden en de lager gelegen veenmoerassen.

Voor de vorming van het landschap hebben verschillende ijstijden hun invloed gehad en later heeft de mens dit proces voortgezet. Eeuwenlange bewerking van het land gaf het Twentse landschap de vorm die het tot ongeveer 1850 heeft behouden. De periode 1850-1940 is een tijd van grote veranderingen geweest. Er was de opkomst van de industrie en nieuwe technieken en voorzieningen deden hun intrede.

Door de aanleg van wegen, waterwegen, spoorlijnen, de groei van steden en dorpen en de opkomst van de textielindustrie veranderde het aanzien van Twente aanzienlijk. De familie Van Heek en dan met name Gerrit Jan van Heek sr. heeft sterk bijgedragen aan de ontwikkeling van de textielindustrie. Doordat deze industrie zo'n hoge vlucht nam, werd het mogelijk om overtollige winsten in grond te beleggen. Gronden, al dan niet met opstallen, werden aangekocht, waaronder Het Lankheet. Onder invloed van verschillende generaties veranderden de gronden sterk van aanzien.

De vorming van de bodem van Het Lankheet begon zo'n 2,5 miljoen jaar geleden. In de verschillende ijstijden voerde het landijs allerlei materialen als zand, grind en zwerfkeien (grondmorene) met zich mee. Zo verwerd het centrale deel van Het Lankheet tot een afgevlakte heuvelrug die nauwelijks opvalt in het landschap. De hoogte van de rug is in het westen zo'n 22,5 meter en loopt naar het oosten op tot 30 meter.

Ook werd bijna overal keileem afgezet. Dit is door het ijs vermalen materiaal, bestaande uit onder andere grind en keien. Deze grondsoort, die op Het Lankheet op wisselende diepten voorkomt, is vanwege de geringe doorlaatbaarheid nog steeds van grote invloed op de grondwaterhuishouding. Wanneer in tijden van veel regen het water door het keileem in de ondergrond niet weg kan zakken, krijg je drassige gronden, broekbossen, of zelfs vennetjes. Een voorbeeld van vennetjes zijn de zogenaamde Mallemse meertjes ten oosten van erve Hoones.

Ongeveer 10.000 jaar geleden begon een warmere periode, die tot op heden voortduurt. In deze periode vond veenvorming plaats in gebieden waar als gevolg van het keileem in de ondergrond, de waterafvoer stagneerde. Op sommige plaatsen liggen nu nog veenachtige laagten. Verder traden door het warmere klimaat de beken regelmatig buiten hun oevers, waardoor meegevoerd materiaal afgezet werd. Vlak langs het stroomgebied was dit het zwaardere grofzandige materiaal en verder van de stroom verwijderd het lichte kleiachtige materiaal. Op Het Lankheet ligt verder op meerdere plaatsen zeeklei vlak onder de oppervlakte. Deze is hier tientallen miljoenen jaren geleden afgezet, toen dit gedeelte van het continent nog grotendeels uit zee bestond. De klei bleek zeer geschikt voor het bakken van stenen en dakpannen.

Zoals uit de nieuwe vorm van bosbeheer al blijkt, heeft de natuur een belangrijke plaats in het beheer van Het Lankheet. Er is een natuurontwikkelingsplan waarin aandacht wordt besteed aan de stuifzanden met jeneverbessen, monumentale bossen, (grens)wallen, heideterreinen, vennen, het herstellen van oude beeklopen en het conserveren van kwetsbare moerassen. In het plan krijgt de fauna veel aandacht. Er is in dit verband bijvoorbeeld veel aandacht voor een meer dan honderd jaar oude dassenburcht. Kortom, alle aspecten van beheer op het gebied van bosbouw, natuur, waterhuishouding, landbouw en recreatie komen aan de orde. Toekomstige werkzaamheden in bos en natuur kunnen aan dit plan worden getoetst.

Het Lankheet kent enkele broekbossen waar in de winter het waterpeil boven het maaiveld staat en waar 's zomers het grond water vaak niet dieper dan 60 cm wegzakt. Ze zijn daarom erg gevoelig voor verdroging. In de broekbossen komt voornamelijk zwarte els voor en verder Gelderse roos, Aalbes, Zwarte bes, Elzenzegge, IJle zegge en Groot heksenkruid. Broekbossen werden in het verleden veelal gebruikt voor hakhout en ze werden daarom periodiek afgezet. Vlakbij de Mallemse Meertjes ligt een elzen-berkenbroekbos, waarin naast Zwarte els ook veel berken staan. Omdat het om voedselarme, zure grond gaat komt hier veel veenmos voor. Om deze bijzondere bossen te behouden, wordt de nodige aandacht aan het waterbeheer besteed.

Het Lankheet kent een aantal karakteristieke droge en vochtige heidevelden. Dit zijn restanten van het uitgestrekte heide-areaal zoals dat vroeger voorkwam in dit deel van Twente. Een probleem voor heidevelden vormt de vergrassing als gevolg van verhoogde stikstofconcentraties in de lucht. Daardoor vinden we in de droge heiden veel bochtige smele. In de vochtige heiden treffen we vaak het pijpenstrootje aan. Op Het Lankheet wordt de vergrassing van de heide tegengegaan door de inzet van Franse bergpaarden, de Merens. Deze gitzwarte paarden kunnen zomer en winter buiten leven. Wanneer in de zomer de vochtige dopheidevelden met de vele kruiden als beenbreek, veenbies, veenpluis, eenarig wollegras, wilde gagel en de zeldzame klokjesgentiaan begaanbaar zijn, grazen ze daar. In de winter zijn de drogere struikheidevelden aan de beurt. Hier groeien verder pilzegge, tormentil, kruipbrem en stekelbrem. De heidevelden zijn overigens niet ontsloten door paden, omdat ze te gevoelig zijn voor verstoring.

In of aan de randen van de heidevelden ligt een aantal vennen waarvan sommige het gehele jaar door waterhoudend zijn. De overige vennen hebben alleen in e winter, in het voorjaar en na hevige regenval water in hun natuurlijke laagten. Dat het water langere tijd kan blijven staan heeft te maken met de ondoordringbare leemlaag in de ondergrond. Veenmos is de meest voorkomende plantensoort in deze vennen. Darnaast groeit er veenpluis, zwarte zegge en knol rus.

(Bron: Landgoed Het Lankheet, een uitgave van Vereniging Overijssels Particulier Grondbezit Dalfsen, 1999 en is verkrijgbaar bij de VVV Haaksbergen)